Uitreiking Lof der Zotheid speld

Loco-burgemeester en wethouder (Handhaving, buitenruimte, integratie en samenleving) Bert Wijbenga sprak de onderstaande tekst uit:

Dames en heren, beste Fidan Ekiz,

Vandaag reiken wij de Lof der Zotheidspeld uit, traditiegetrouw op de geboortedag van Desiderius Erasmus. Deze speld is vernoemd naar zijn bekendste boek: Lof der Zotheid. In deze ‘lofzang’ spreekt de zotheid tot ons en neemt alles en iedereen op de hak. Kerkleiders, koningen, wetenschappers, boeren en buitenlui, niets en niemand ontkomt aan zijn scherpe pen. Want het is de zotheid zelve die de wijsheid in pacht heeft. De zotheid wijdt in de ‘Lof der Zotheid’ stevige woorden aan kerkleiders. Zo krijgen theologen het advies om de Bijbel eens te lezen, ‘al was het maar één keer’. Met die zin speelde Erasmus de latere reformatie onbedoeld in de kaart.

Luther en Erasmus waren tijdgenoten. Maar terwijl Luther zijn stellingen aan een deur spijkerde, hield Erasmus zich afzijdig. Waarom hield hij afstand van de reformatie? Omdat hij de eenheid in de kerk wilde bewaren. Erasmus was humanist, jazeker, maar hij was ook een katholieke priester.

Erasmus probeerde een kerkscheuring te voorkomen, maar de tragiek wil dat hij vervolgens botste met zowel de katholieke kerk als met de reformisten. Dat weerhield hem er echter niet van om zijn mening te blijven verkondigen. Tegen de Paus en de curie in én tegen Luther en de zijnen in.

In de ‘Lof der Zotheid’ krijgt niet alleen de kerk ervan langs: iedereen krijgt een klap van de zweep. Zo zijn wetenschappers alleen maar uit op eigen roem. Taalkunstenaars en dichters zijn charlatans. Iedereen wordt gewezen op zijn of haar zwakheden. Daarmee is het boek een soort grote gelijkmaker: niemand is boven kritiek verheven.

Het is treffend dat jij, Fidan Ekiz, de Lof der Zotheidsspeld mag ontvangen. Een prijs die is vernoemd naar een boek waarin niemand wordt gespaard. Ook jij gaat de confrontatie niet uit de weg. Dat is moedig en goed, want het vrije debat is de hoeksteen van onze democratie.

Fidan Ekiz maakt een dolletje met wethouder Wijbenga die haar de Lof der Zotheidspeld opspelde. Foto: Frank de Roo
“Uitreiking Lof der Zotheid speld” verder lezen

Een geslaagde Lof der Tolerantie

In zijn NRC- column Erasmus, nog altijd relevant en waardevol verwees Lotfi el Hamidi naar de Erasmusweek in oktober 2019. Huis van Erasmus organiseerde toen in samenwerking met Bibliotheek Rotterdam het Stadsdebat Lof der Tolerantie, op ma. 28 oktober vanaf 20 u.

Aanleiding vormde de lancering van het gemeentelijke actieprogramma Integratie & Samenleven 2019 – 2022. Dit actieprogramma vormt het fundament van het gemeentelijk beleidsplan Relax. Dit is Rotterdam. Doel van het College is dat er in 2022 aantoonbaar meer tolerantie, en dus meer acceptatie, zal zijn van de diversiteit die onze stad kenmerkt. Met de uitkomsten van dit Stadsdebat wil Huis van Erasmus een bijdrage leveren aan de doelstellingen van het Rotterdams gemeentebestuur.

Filosoof Guido Vanheeswijck ging in zijn inleiding Tolerantie en actief pluralisme in op wat ‘tolerantie’ beslist niet is: ze is niet onverschillig en passief, en ze is niet repressief. Tevens ging hij daarbij in op de Rotterdamse situatie/problematiek.

O.l.v. de moderator Sander van Reedt Dorland werd vervolgens uitgebreid gediscussieerd over Tolerantie in de stad van Erasmus door een panel bestaande uit wethouder Bert Wijbenga, advocate Inez Weski, hogeschooldocente Jean-Marie Molina en NRC-columnist Lotfi El Hamidi.

Duidelijk werd dat de vragen van Erasmus’ tijd ook die van onze tijd zijn. Die vragen veranderen nooit. Vervolgens werden ook de aanwezigen in de zaal bij de discussie betrokken om gezamenlijk op zoek te gaan naar antwoorden in de huidige tijd.

Het bestuur van Huis van Erasmus gaat de komende tijd de verzamelde antwoorden verder uitwerken om die binnenkort aan het gemeentebestuur te overhandigen.

Maar om El Hamidi te parafraseren kan aan het einde van dit Stadsdebat geconcludeerd worden: Rotterdam kan wel wat meer Erasmus gebruiken.

Ankertegels met pictogram Erasmus in België

Een Belgische vriend van onze stichting heeft het bedrijf in Herstal, dat in december 2018 180 ankertegels via een veiling bij Gemeentewerf Centrum kocht, opgebeld. Hij kreeg te horen dat wij ze voor 5000 euro konden komen ophalen.

Voor een ontwerp op de plek waar het beeld van Erasmus oorspronkelijk stond (naast de Markthal, waar wij in 2017 een informatiezuil hebben geplaatst) zijn er ongeveer 100 nodig. Daarvoor moet dan rond de 3000 euro worden betaald.

Tot nu toe hebben wij nog geen handen op elkaar gekregen voor een actie om dit geld bij elkaar te krijgen. Vaker wordt opgemerkt dat wij ons verlies maar moeten nemen, omdat:

  1. De ankertegels door miscommunicatie bij de gemeente het land uit zijn.
  2. Of er ooit een memorial op de oorspronkelijke plaats van het standbeeld komt mét ankertegels, is een open vraag.

Opvolger van Erasmus

Erasmus was tot nu toe de eerste en enige Nederlander die Lady Margaret’s Professor of Divinity (goddelijkheid) aan Cambridge University was. Sinds eind vorig jaar heeft hij een Nederlandse opvolger die net als Erasmus gelooft in de waarde van de humaniora (de studie die tot ware menselijkheid vormt, te weten die der klassieke talen en literatuur) voor de basisvorming van mensen en dus voor de kwaliteit van iedere samenleving: theoloog Geurt Henk van Kooten.

´Rede en religie tegenpolen? Helemaal niet´ zegt theoloog Geurt Henk van Kooten. En dat betoog gaat hij vanaf oktober in Cambridge houden op de Real Madrid onder de leerstoelen. ‘Dat verzin je niet.’
Door Thereza Langeler, Ukrant Erasmus Universiteit

Denk je aan Jezus, dan denk je aan kerst en kerk. Aan een lieve, hippie-achtige figuur, met witte kleren en een baard. Misschien aan gospelkoren op tv, goedbedoelende evangelisten aan je deur. Maar waarschijnlijk niet zozeer aan Socrates.

‘Toch lijken ze best veel op elkaar’, betoogt theoloog Geurt Henk van Kooten. ‘Ze gingen allebei de marktpleinen op om in gesprek te gaan, spraken veel in gelijkenissen. Ze vonden allebei dat je religie en staat moest scheiden. En allebei lieten ze zich door de overheid ter dood veroordelen.’

En het verschil dan? Is de een niet hét symbool van religie en irrationeel vertrouwen, terwijl de ander staat voor filosofie, voor ratio? Nee, zegt Van Kooten. Rede en religie zijn niet elkaars tegenpolen, ze horen bij elkaar. Die relatie gaat hij vanaf oktober onderzoeken aan de universiteit van Cambridge, waar hij de nieuwe Lady Margaret’s Professor of Divinity wordt.

Dat is niet zomaar wisselen van werkgever. Als theologie voetbal was en leerstoelen voetbalclubs, dan is Lady Margaret’s Chair zeg maar Real Madrid. De leerstoel is één van de oudste ter wereld, in 1502 in het leven geroepen door Margaret Tudor, de grootmoeder van koning Henry VIII. De laatste Nederlander die de positie vóór Van Kooten bekleedde, was Erasmus.

Hopeloos irrelevant
‘Je verzint van tevoren niet dat je wordt aangenomen’, glimlacht Van Kooten, die in Engelstalige landen als George door het leven gaat. Spreekt wat makkelijker uit dan Geurt Henk.

Hoe beland je eigenlijk bij het Real Madrid onder de leerstoelen? ‘Solliciteren. Ik mocht in januari een verhaal komen houden op de faculteit over de rol van de leerstoel in de 1e eeuw.’ Van Kooten grinnikt: ‘Ze wilden weten wat ik zou zeggen tegen iemand die mijn vak hopelessly irrelevant and self-referential zou vinden.’

Van Kooten bestudeert het Nieuwe Testament; het tweede, christelijke deel van de Bijbel, dat het levensverhaal van Jezus vertelt en vervolgens beschrijft hoe de christelijke leer zich over Europa en West-Azië verspreidde. Een verzameling geschriften die nu op de kop af tweeduizend jaar oud zijn, een religieus boek in een meer en meer seculiere wereld. Zo bezien is het niet eens zo raar om theologie een irrelevant, in zich zelf gekeerd wetenschapsgebied te noemen. Maar dan moet je net Geurt Henk van Kooten hebben.

Sinds de Verlichting zijn we geneigd om religie en filosofie als tegengesteld te zien
‘De Bijbel heeft een beetje de naam op zichzelf te staan, niet bij de rest van onze cultuur te horen. Dat klopt niet: het hele Nieuwe Testament is geschreven in het Grieks.’ In een taal, dus, waarvan de schrijvers wisten dat iedereen ‘m snapte, van Jeruzalem tot Rome en van Korinthe tot Istanbul. Kennelijk was het belangrijk dat de boeken op al die plekken gelezen konden worden. Kennelijk waren dezelfde mensen die zich graag verdiepten in Socrates ook wel benieuwd naar Jezus.

Grillige wezens
‘Sinds de Verlichting zijn we geneigd om religie en filosofie als tegengesteld te zien, maar in de oudheid werkte dat helemaal niet zo’, legt Van Kooten uit. ‘Bijna alle filosofen waren op de één of andere manier wel bezig met het goddelijke. Bovendien: voor die tijd was het christendom enorm rationeel.’ De mensen waren gewend dat goden grillige wezens waren die je tevreden moest houden met offers. Voor de god waarover Paulus preekte, hoefde dat niet.

‘In de eerste drie eeuwen na Christus was het christendom niet eens officieel toegestaan. Toch waren er overal in het Romeinse rijk mensen die zich bekeerden. Wat betekent dat voor de verhouding tussen het nieuwe testament en de cultuur van de oudheid? Waarom voelt een Griek of een Romein zich aangetrokken tot wat daarin staat?’

Van Kooten is ervan overtuigd: er is nog een heleboel te ontdekken over het meest verkoch-te boek ter wereld. Om dat te doen, moet je het Nieuwe Testament niet bestuderen in conti-nuïteit met het oude (‘de binnenbijbelse manier, zeg maar’), maar in relatie tot al het andere wat er op intellectueel gebied gebeurde toen het geschreven werd.

Overtuigd
De staf in Cambridge is ook overtuigd geraakt, toen tijdens dat praatje in januari. En dus is de leerstoel voor Van Kooten. Voor onbepaalde tijd gaat hij als Lady Margaret’s Professor of Divinity onderwijs geven en onderzoek doen naar de relatie tussen filosofie en religie in de oudheid. In Groningen is zijn faculteit, godgeleerdheid en godsdienstwetenschappen, de allerkleinste. Binnen de letterenfaculteit is Grieks en Latijn misschien wel de kleinste studie. Dat zit in Cambridge anders. ‘Omdat ze daar heel anders tegen de opleiding aankijken.’ Theologie is in Nederland vergelijkbaar met geneeskunde: een vastomlijnd pad naar een vastomlijnd beroep, respectievelijk dominee of dokter. Maar in Engeland kun je rustig theo-logie studeren en vervolgens acteur worden.

Paddingtonfilms
‘Hoe heet die man ook weer’, mompelt Van Kooten voor zich uit, terwijl hij op zijn telefoon Wikipedia doorzoekt. ‘Hij speelt in de nieuwe Paddingtonfilms en in Downton Abbey… Hugh Bonneville!’ Hij wijst op zijn telefoonschermpje. Read theology at Cambridge, staat in de biografie.
En zo kent Van Kooten er nog wel een paar. ‘James Norton, ook acteur – theologie in Cam-bridge. Boris Johnson, de minister van Buitenlandse Zaken – klassieke talen in Oxford. Ze zien die studies daar veel meer als Bildung, als algemene vorming voor de rest van je leven. Wat voor beroep je gaat uitoefenen, zie je later wel.’

Die Bildung-gedachte lijkt Van Kooten wel te passen. Zelf is hij ook ooit theologie gaan stu-deren uit interesse, niet zozeer om een preekstoel te beklimmen. Lange tijd deed hij dat dan ook niet – hij ging promoveren, werd universitair docent, daarna hoogleraar. Pas dáárna, in 2008, is hij ook tot predikant bevestigd.

De kerk is één van de weinige plekken waar om zo te zeggen iedereen zit
‘Daar stond het college van bestuur helemaal achter’, herinnert Van Kooten zich. ‘Ik waar- deer het enorm van de RUG dat ze religie ziet als deel van het publieke domein. Natuurlijk kun je tegelijk religie onderzoeken en zelf religieus zijn. Hoogleraren rechten mogen toch ook rechtspreken? En aan de universiteit van Leiden had je, toen ik daar studeerde, hoogleraren politicologie die tegelijk actief lid waren van de PvdA.’

Een stap extra
Nu leidt hij af en toe – onbezoldigd – een dienst in de Martinikerk. ‘Het voegt echt een dimensie toe aan mijn werk. Mensen gaan er vaak vanuit dat ik voor een preek een stap terug moet doen, dat ik moet versimpelen. Maar het is juist een stap extra. Ik probeer mijn bood-schap voor iedereen relevant te maken. Niet opleggen hoe het is, maar mensen faciliteren, ze iets geven om over na te denken.’

In een collegezaal heb je louter jonge, hoogopgeleide mensen voor je, allemaal ongeveer hetzelfde. Maar kerkgangers zijn allemaal anders: de één student, een ander yup en weer een ander met pensioen. Er zijn managers en moeders, politici en winkelpersoneel en kunstenaars, werklozen en huisartsen, baby’s, bejaarden en alles daar tussenin.

Van Kooten vindt het prachtig. ‘De kerk is één van de weinige plekken waar om zo te zeggen iedereen zit. Letterlijk iedereen kan ook naar binnen lopen. Een kerkdienst is een open bijeenkomst, vol muziek en kunst en poëzie. Ik zou er denk ik zelfs nog heengaan als ik niet religieus was.’

Waar ik mij goed voel ben ik thuis

De Rotterdamse binnenstad is weer een spreuk (adagium) van Erasmus rijker!

In april is de spreuk op het Albeda College aan de Watermolenstraat geplaatst.

De Watermolenstraat loopt evenwijdig aan het spoor, nabij het Hofplein. Te bereiken via de Schiekade, rechtsaf Provenierstraat, linksaf Watermolenstraat, aan het eind met de bocht mee naar links. Vanuit de Schiestraat (2e straat achter het Weena, ook langs het spoor lopend) is de spreuk goed te zien. Hier is de foto gemaakt. De beste plek echter om deze spreuk te zien, is vanuit de trein, getuige deze tweet.

Zoals eerder gemeld, ijvert de gemeente om meer adagia (spreuken) van Erasmus in de binnenstad te plaatsen. Hoewel er vorig jaar niets geplaatst is, is er achter de schermen wel met enkele partijen onderhandeld. Dit gebeurde door medewerkers van het bedrijf The Mothership, dat ingehuurd is om te komen tot het plaatsen van adagia.

De onderhandelingen met de Chinese supermarkt Wah Nam Hong op de Kruiskade zijn helaas op niets uitgelopen. Het plan was om de spreuk op de muur van deze supermarkt (naast het wijkpark Het Oude Westen) ook in Chinese karakters te vermelden.

De besprekingen met de Erasmus Universiteit R’dam zijn weer hervat, na aanvankelijke afwijzing. Ook het Erasmiaans Gymnasium is geïnteresseerd. En sinds kort wordt ook met het Zadkine College gesproken over een adagium op de gevel van één van hun vestigingen.